P r o j e c t m a n a g e m e n t
     T r a i n i n g   e n  c o a c h i n g
    B e l e i d s a d v i e z e n
      K w a l i t e i t s z o r g


Home
Over ons bedrijf
Producten en diensten
Internet portaal
Publicaties
Contact opnemen
Disclaimer
Sitemap




Kijk voor het laatste ANP nieuws op



Zoeken op het web




 

Handhaving binnen de Wet werk en bijstand: ook over de grens

(Sociaal Bestek maart 2004)

Sinds 1 januari 2004 worden gemeenten bij de uitvoering van onderzoeken in het buitenland ondersteund door het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) in Arnhem. Het IBF fungeert als centraal coördinatiepunt voor de uitwisseling van gegevens tussen gemeenten en buitenlandse instanties. Deze gegevensuitwisseling is noodzakelijk voor het doen van onderzoek over de grens. Dit zorgt in de praktijk voor de nodige vraagtekens. De vragen liggen voor de hand. Waarom zou ik eigenlijk? Waar moet ik zijn? Welke gegevens kan ik krijgen? Hoe kan ik beslag leggen in het buitenland? Welke kosten zijn hiermee gemoeid? Voor veel gemeenten kunnen deze vragen reden zijn om, ondanks een vermoeden van fraude, geen verder onderzoek in te stellen. Begrijpelijk? Misschien wel. Terecht? Zeker niet. Temeer niet daar er een antwoord bestaat op deze vragen.

Waarom zou ik eigenlijk?

Met de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 1 januari 2004  zijn gemeenten financieel verantwoordelijk geworden voor de bijstandsverlening. Zij ontvangen hiertoe een vast budget van Rijk dat bestaat uit een inkomensdeel en een werkdeel. Een overschot op het inkomensdeel mag vrij worden besteed. Geld overhouden op het bijstandsbudget kan onder meer worden bereikt door een effectieve fraudebestrijding. Hiermee heeft de handhaving van de regelgeving door gemeenten een belangrijke impuls gekregen.

Een bijstandsuitkering is niet exporteerbaar naar het buitenland. Het is dan ook verklaarbaar dat gemeenten bij de controle en verificatie van gegevens niet meteen denken aan controles in het buitenland. Dit neemt niet weg dat sprake kan zijn van “grensoverschrijdende bijstandsfraude” wanneer de bijstandscliënt geen melding maakt van inkomen of vermogen dat zich in het buitenland bevindt.

Juridisch gezien maakt het voor de toepassing van de middelentoets van de WWB geen verschil of middelen zich binnen of buiten Nederland bevinden. Wanneer een bijstandsgerechtigde bijvoorbeeld een woning bezit in het buitenland dan geldt als uitgangspunt dat dit vermogen altijd te gelde kan worden gemaakt. Het argument als zou de woning in het buitenland dienen als oudedagsvoorziening vindt binnen de WWB geen grondslag. Deze uitzondering geldt voor geen enkele vorm van vermogen, binnen of buiten Nederland. Een ander veel gehoord argument is dat in de buitenlandse woning familie woonachtig zou zijn. Dit kan weliswaar een lagere marktwaarde van de woning tot gevolg hebben, dit maakt de woning niet minder “verkoopbaar”. Ook in dat geval dient de woning in het buitenland bij de vermogensvaststelling te worden betrokken. Of de belanghebbende de woning daadwerkelijk verkoopt is daarbij niet relevant.

In de pilot Project Vermogen Buitenland is gedurende bijna 3 jaar onderzoek gedaan naar mogelijk verzwegen Vermogen in Turkije en Marokko. Hiertoe heeft de gemeente Den Bosch op verzoek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de buitenlandse onderzoeken vanuit Nederland gecoördineerd. Tot op heden is in 500 onderzoeken voor € 1,7 mln. aan bijstandsfraude geconstateerd. Het gemiddelde geconstateerde fraudebedrag per onderzoek bedraagt hiermee € 3.400,-. Ter vergelijking: in 2002 werd met 44.000 binnenlandse onderzoeken in totaal € 107 mln. aan bijstandsfraude opgespoord. Dit betekent een gemiddeld geconstateerd fraudebedrag van € 2.400,-[1]. In absolute cijfers mogen de resultaten van grensoverschrijdend onderzoek weliswaar niet hoog zijn, per onderzoek is de gemiddelde opbrengst aanzienlijk hoger dan het gemiddelde bedrag dat binnen Nederland wordt opgespoord.

Waar moet ik zijn?

In 2002 heeft het kabinet zich uitgesproken voor een verbetering van de internationale samenwerking op het gebied van fraudebestrijding in de sociale zekerheid. Dit heeft onder meer geleid tot de instelling van een centraal coördinatiepunt voor de uitwisseling van gegevens met het buitenland bij het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) in Arnhem. Het IBF verricht deze taak reeds geruime tijd voor het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). In de loop van 2003 zijn de taken van Bureau Buitenland Den Bosch aan het IBF overgedragen. Vanaf 1 januari 2004 kunnen gemeenten hun aanvragen voor onderzoek in het buitenland indienen bij het IBF. Dit beoordeelt de onderzoeksaanvraag en leidt deze door naar de Nederlandse vertegenwoordiging of een buitenlandse zusterorganisatie in het betreffende land. Onderzoeksmedewerkers aldaar verrichten het feitelijke onderzoek in registers, bij instanties, bekijken zonodig het onroerend goed en zorgen desgewenst voor een taxatie.

Welke gegevens kan ik krijgen?

De eerste verantwoordelijkheid voor het verstrekken van gegevens over inkomen of vermogen ligt bij de uitkeringsgerechtigde. Deze is op grond van de WWB verplicht burgemeester en wethouders (b&w) te informeren over al hetgeen dat van belang is voor de bijstand. Wanneer de bijstandscliënt (verwijtbaar) niet voldoet aan een verzoek tot het verstrekken van informatie dan kunnen b&w het recht op bijstand opschorten. Deze opschorting kan uiteindelijk resulteren in de beëindiging van de bijstand. Hiermee hebben burgemeester en wethouders een doeltreffend instrument in handen om, daar waar een concrete aanwijzing bestaat van verzwegen inkomen of vermogen in het buitenland, de belanghebbende te dwingen hierover voldoende informatie te verstrekken. Wordt de informatie niet verstrekt dan kan de bijstand worden beëindigd. In gevallen waarin er slechts een vermoeden bestaat van verzwegen middelen in het buitenland ligt nader onderzoek voor de hand. Hiervoor komt in twee richtingen gegevensverkeer op gang. De gemeente verstrekt cliëntgegevens aan de buitenlandse instantie. De buitenlandse instantie verstrekt vervolgens gegevens over inkomen en vermogen aan de gemeente.

De verstrekking van persoonsgegevens door de gemeente wordt beheerst door de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de WWB. De Wbp maakt deze vorm van gegevensverkeer mogelijk, mits de gegevensverstrekking een gerechtvaardigd belang dient en verband houdt met de uitoefening van een publiekrechtelijke taak. De uitvoering van de WWB door de gemeente wordt beschouwd als zo ’n publiekrechtelijke taak terwijl de bestrijding van fraude kan worden gezien als een gerechtvaardigd belang.

De WWB, die ten opzichte van de Wbp geldt als een bijzondere wet, gaat in beginsel uit van een geheimhoudingsplicht voor eenieder die bij de uitvoering van de wet bekend wordt met persoonsgegevens. Wanneer het verstrekken van persoonsgegevens echter noodzakelijk is voor de uitvoering van de wet, bijvoorbeeld in verband met verificatie, dan levert dit een uitzondering op de geheimhoudingsplicht op.

In hoeverre de gegevens daadwerkelijk door de buitenlandse instantie worden verstrekt is sterk afhankelijk van de te raadplegen bron. Als het gaat om onderzoek in het buitenland dan bestaat er een belangrijk verschil tussen openbare en niet-openbare bronnen. Informatie uit openbare bronnen (zoals bijvoorbeeld de kadasters en kamers van koophandel) kan veelal zonder veel problemen worden verkregen. In de regel heeft deze informatie betrekking op vermogen in de vorm van onroerend goed. Informatie over andere vormen van vermogen, zoals bijvoorbeeld banksaldi, is niet openbaar. Informatie over inkomen uit arbeid of een uitkering in het buitenland is in beginsel niet openbaar. Het is afhankelijk van het bestaan van verdragsrechtelijke afspraken met het betreffende land in hoeverre gegevens over inkomen toch kunnen worden verkregen.

Los van de vraag of een bron wel of niet openbaar is spelen verdragsrechtelijke afspraken met het betreffende land een rol. Nu is het ontbreken van een verdragsrechtelijke afspraak op zichzelf geen belemmering voor het doen van onderzoek in openbare bronnen. Als de autoriteiten van het betreffende land echter toch hun medewerking weigeren dan wordt het ontbreken van een verdrag vaak opgevoerd als argument. Voor onderzoeken in niet-openbare bronnen is het bestaan van verdragsrechtelijke afspraken veelal doorslaggevend omdat hierin kan worden bepaald dat informatie uit bronnen die niet openbaar zijn in het belang van de bestrijding van fraude toch worden uitgewisseld.

Verder bestaat er een belangrijk verschil tussen gegevensuitwisseling met landen binnen de Europese Unie of daarbuiten. Binnen de EU bestaat op grond van de Europese privacyrichtlijn van 1995 een vrij verkeer van persoonsgegevens. Ook hier geldt dat dit gegevensverkeer moet plaatsvinden in verband met het hierboven genoemde publieke belang.

Inmiddels hebben alle EU-landen hun privacywetgeving in overeenstemming gebracht met deze Europese privacyrichtlijn. In Nederland is de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) hiervan de uitwerking.

De conclusie is dat er voor gemeenten geen belemmering bestaat voor de verstrekking van persoonsgegevens aan een buitenlandse instantie, mits deze verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wet werk en bijstand. Of de gevraagde gegevens daadwerkelijk worden verkregen is afhankelijk van de medewerking van het betreffende land, de openbaarheid van een bron en het bestaan van eventuele verdragsrechtelijke afspraken. Momenteel worden door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met enkele prioritaire landen afspraken gemaakt over de uitwisseling van gegevens over inkomen. Zowel met Engeland als Duitsland zijn afspraken in de maak gericht op de structurele uitwisseling van gegevens over loon en uitkering in verband met de bestrijding van sociale zekerheidsfraude.

Hoe kan ik beslag leggen in het buitenland?

Wanneer in het buitenland onroerend goed met een substantiële waarde wordt aangetroffen, en er is sprake van bijstandsfraude, dan kan het lonend zijn om de vordering te verhalen op het onroerend goed door middel van beslag. Het is sterk afhankelijk van de wetgeving in het betreffende land, op welke wijze deze beslagprocedure verloopt. Allereerst dient in het betreffende land conservatoir beslag te worden gelegd, om te voorkomen dat bezittingen worden vervreemd. Dit levert zelden problemen op.

In de meeste Europese landen kan een beschikking van een Nederlandse rechter vervolgens worden voorgelegd aan de buitenlandse rechter. De buitenlandse rechter kan aan de Nederlandse beschikking executoriale werking toekennen, waarmee het leggen van beslag mogelijk wordt.

Bureau Buitenland in Den Bosch heeft in eerdergenoemde pilot enkele succesvolle beslagprocedures gevoerd in Turkije. Het opvallende hierbij was dat in Turkije opnieuw een bodemprocedure moest worden gestart bij de Turkse rechter. Dit bleek een tijdrovende zaak. Niettemin zijn alle beslagprocedures in Turkije succesvol afgerond. Wat betreft Marokko wordt momenteel onderzocht op welke wijze aldaar beslag kan worden gelegd op bezittingen. Ook wat betreft de Nederlandse Antillen en Suriname zullen de mogelijkheden van beslag in de loop van 2004 duidelijk worden.

Het IBF begeleidt en adviseert bij (conservatoir) beslagprocedures en kan de gemeente in contact brengen met een beëdigd vertaalbureau, alsmede met een advocaat ter plaatse.

Welke kosten zijn hiermee gemoeid?

Dit is een vraag die vanaf 1 januari 2004 steeds vaker gesteld zal gaan worden. De kostenbaten afweging is, gelet op de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente, legitiem. Ook daarover is goed nieuws te melden. De verificatieonderzoeken brengen voor de gemeenten nauwelijks kosten met zich mee. De diensten van het Internationaal Bureau Fraude-informatie worden gefinancierd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Vanaf het moment dat de gemeente overgaat tot het leggen van beslag zijn de kosten voor rekening van de gemeente. Deze kosten houden vooral verband met vertalingen en (verplichte) juridische bijstand in het betreffende land en kunnen in bepaalde gevallen behoorlijk oplopen. Als de beslagprocedure succesvol verloop dan kunnen deze  kosten meestal worden verhaald via het onroerend goed.

Handreiking buitenlandse onderzoeken

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft voor gemeenten de handreiking Onderzoek en verificatie in het buitenland vervaardigd. Deze is in december 2003 aan alle gemeenten verzonden. In deze handreiking worden de hierboven gegeven antwoorden nog uitgebreider toegelicht. Tevens wordt hierin beschreven op welke wijze een onderzoeksaanvraag bij het IBF kan worden ingediend en op welke wijze moet worden omgegaan met de resultaten uit een onderzoek over de grens.

Al met al is er genoeg reden om werk te maken van grensoverschrijdende bijstandsfraude.

Tenzij de bestrijding van fraude in het geheel geen prioriteit krijgt. Want die vrijheid hebben burgemeester en wethouders. Dan werpt de vraag zich op of financiële kansen onbenut worden gelaten. Die vraag zal door de gemeente zelf moeten worden beantwoord.

René van der Aa


horizontal rule

[1] Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Bijstandsfraudestatistiek 2002.

 


 

 

 

 

 

Aan de informatie op deze site kunnen geen rechten worden ontleend

Disclamer

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan info@hfmvanderaa.nl
Copyright © 2002 - 2008  H.F.M. van der Aa Adviezen Sociale Zekerheid